Ik ben de Heer, jouw God Ik ben de Heer, jouw God

Ik ben de Heer, jouw God.
Ik haalde je uit een onvrij land
en bracht je naar een land van overvloed
 
Jij bent mijn kind, mensenkind.
Je mag leven van wat ik je geef
en delen met wie naast je staat.
 
Zo zullen jullie samen zijn:
levend van de gaven die ik je gaf.
Deel maar met je broer,
geef je zuster wat ze nodig heeft.
 
Dan wordt de wereld goede aarde
en leef je in een land van overvloed.
 
(Arda de Boer-van Veen. Uit: Spiegeltaal)
 

 
Wees hier aanwezig Wees hier aanwezig

Wees hier aanwezig
Licht dat leven geeft
aan mens en wereld.
 
Wees hier aanwezig
Stem die roept
doe recht aan wie lijden en niet leven.
 
Wees hier aanwezig
Kracht tot bevrijding
voor wie niet gezien worden.
 
Wees hier aanwezig
Vuur van verlangen
naar recht en vrede.
 
Wees hier aanwezig
Gij die genoemd wordt.
Licht, Stem, Kracht, Vuur,
dat wij worden
mens - medemens - naaste.
 
Uit: “Medemens”

 
Licht van de wereld Licht van de wereld

Wij zouden het licht
en de lamp
van de wereld moeten zijn:
 
gevormd
uit het ijzer
van de nederigheid,
voorzien
van het glas
van de eerlijkheid,
brandend
met de lont
van de vrijwilligheid,
 
gevuld
met de olie
van de vasthoudendheid,
 
stralend
vanuit een warme menselijkheid. 
Uit: “Rakelings Nabij” van Alfred C. Bronswijk